Residual Tension V verlegt het gebaar van uitrekking naar compressie. De horizontale beweging strekt zich niet langer uit over het oppervlak, maar verzamelt zich tot een compacte, geconcentreerde vorm die haar gewicht vasthoudt.
Het gebaar lijkt ingehouden, maar blijft instabiel. Randen lossen op en verschijnen opnieuw, waardoor spanning niet langer naar buiten beweegt, maar zich in zichzelf plooit.
De ruimte errond blijft open en stil, waardoor de vorm kan bestaan zonder oplossing. Wat overblijft is een geconcentreerde aanwezigheid, spanning die niet verdwijnt, maar zich ophoopt en blijft nazinderen.
